Een progressieve # 4 - 5 hengel van 9 - 10 voet voldoet meestal aan de
eisen . Vergeet niet dat we vissen op voorn, en dat die nieuwerwetse werppoken geen enkele sport geven indien je een
ruisvoorn vangt van 20-25 cm.
Best een 10 voet, de oever is niet
altijd gemaaid!
Een torpedolijn gebruik ik meestal,
de wind staat niet altijd in de rug.
Een reel geschikt voor een 4 of 5 lijn vervolledigd de uitrusting, liefst met
een wijde spoel zodat de vliegelijn niet word vervormd.
Als leader gebruik ik bijna altijd één stuk 12 % nylon de lengte van de hengel.
Ik persoonlijk vis altijd met twee vliegen, je vist zo meerdere waterlagen af. De dropper komt ongeveer
30 cm van de puntvlieg.
Naaldknoop
Waterknoop
Een van de eenvoudigste en sterkste knopen om een
zijlijn te maken
Kunstaas knoop
Dit is de voornaamste knoop die gebruikt word om een
vlieg aan de lijn te knopen
Indien de aanbeten moeilijk te zien zijn probeer dan eens om de leader te
verlengen. Bij windstil weer kan je gerust vissen zonder beetverklikker, vet het bovenste stuk van je leader in zo kan je beter de aanbeten zien.
Indien er een kabbel op het water staat gebruik dan een beetverklikker. Je kan er zeker van zijn dat je 80 % van je aanbeten niet eens ziet! Een
voorn is geen forel die soms je hengel uit je handen rukt. Als je met zware nimfen vist gebruik dan een goed drijvende beetverklikker
zo kan je de nimfen beter op diepte houden. Hieronder enkele beetverklikkers:
kneedbare pasta
Rio Kahuna LT strike indicator te verkrijgen online (voor mij persoonlijk de beste beetverkliker op voorn)
2.Vliegen
Meestal voldoet een goud- of zilver kopnimf heel goed.
Ook buzzer imitaties vangen regelmatig. Alles
natuurlijk zonder weerhaak, want iedere voorn word
onmiddellijk terug gezet. Maak nimfen met fluo
kleuren, deze worden goed opgemerkt in het dikwijls
troebele water, en gebruik geen te kleine haakmaten.
We vissen niet op speldaas. Haak maat 14 – 16 is een
goed gemiddelde. Met een haak 18 – 20 bereiken we niet
de gewenste diepte, deze kunnen niet voldoende
verzwaard worden. De droge
vlieg kan nu en dan gebruikt worden. Tijdens een
zonnige namiddag of avond kan het gebeuren dat de
ruisvoorn foerageert aan de oppervlakte. Het moment om
een suspender aan te knopen. Hier enkele
voorbeelden:
3. Techniek Begin
niet onmiddelijk te vissen, loop eerst langs het
water, en kijk indien er geen beweging is van azende
vis. Ga niet te dicht bij de oever staan, in helder
water is de voorn vlug opgeschrikt. Werp zo dicht
mogelijk tegen de overstaande oever, en onmiddelijk de
lijn strekken. 80 % van de beten komen nadat de
vliegen in het water liggen. Heel goed opletten dat
je de haak zet door aan de vliegelijn te trekken, en
dus niet de hengel heffen zoals met een werphengel,
anders ben je veel te laat. Vis de nimfen traag
(met achtjes) naar jou oever terug. Er zijn momenten
dat er beter word gevangen door vlugger te vissen,
proberen! Ruisvoorn zwemt dikwijls heel dicht langs
ondergedoken waterplanten, en in zeer ondiepe stukken.
Het moment om onverzwaarde nimfen te proberen.